Ik merkte het afgelopen weekend weer. Ik had de Dam tot Damloop gelopen en checkte niet alleen mijn eigen uitslag, maar óók die van een paar anderen. Ik ben blij met mijn eigen tijd, maar op het moment dat ik zie dat een ander sneller heeft gelopen, hoor ik mezelf denken: ‘Ja, maar dat is een man’ en ‘die is 15 jaar jonger’. Alsof ik mezelf een geruststellende verklaring moet geven voor het feit dat iemand sneller is.
Ook op Insta vliegen de PR’s je om de oren. Maar ook indrukwekkende hardloopschema’s met vijf trainingen per week, of afstanden waarvan ik denk: hoe lukt dat überhaupt in je agenda? Veel respect voor iedereen die zo fanatiek sport. Maar waarom vergelijken we onze hardloopprestaties eigenlijk met die van anderen? En werkt dit motiverend of juist niet?
Jezelf vergelijken is heel normaal
Dat we onszelf met anderen vergelijken, is niet iets typisch voor hardlopers. Mensen gebruiken anderen om te beoordelen hoe ze het zelf doen. In de psychologie wordt dat social comparison genoemd.
Hardlopen maakt dat alleen wel heel makkelijk. Bij veel dingen in het leven is lastig te bepalen wie het ‘beter’ doet. Bij hardlopen hebben we een indrukwekkende hoeveelheid cijfers tot onze beschikking: tempo, afstand, hartslag, aantal trainingen, eindtijd, plaats in het klassement.
Omhoog vergelijken kan motiveren – of juist niet
We zijn bovendien geneigd ons te vergelijken met mensen die beter presteren dan wij. Zo'n opwaartse vergelijking hoeft helemaal niet verkeerd te zijn. Onderzoek onder sporters laat zien dat zo'n vergelijking motiverend kan werken, maar dat dit effect kan afnemen als het verschil in prestatieniveau heel groot wordt.
Dat betekent niet dat je niets hebt aan een veel snellere hardloper. Het maakt uit wat je vergelijkt. Zijn of haar eindtijd naast die van jou leggen is misschien weinig zinvol als jullie niveaus ver uit elkaar liggen. Maar je kunt wel iets hebben aan hoe de ander traint, herstelt of zich voorbereidt op een wedstrijd.
Het probleem is dus niet dát je vergelijkt. Het maakt vooral uit wat je vergelijkt en wat je vervolgens uit die vergelijking haalt.
En toen kregen we Strava en Insta
Vroeger wist je van de meeste andere hardlopers helemaal niet hoe hard ze liepen. Nu hoef je alleen Strava of Instagram te openen.
Dat heeft leuke kanten. Je kunt zien waar anderen lopen, elkaar aanmoedigen en inspiratie opdoen. Onderzoek naar hardlopers in Strava clubs laat zelfs zien dat hardlopers op Strava elkaars loopgedrag kunnen beïnvloeden. Lopers die meer kudos kregen, gingen vaker en meer lopen en het loopgedrag van Strava-contacten ging in de loop van de tijd meer op elkaar lijken.
Tegelijk krijg je er ook een bijna eindeloze voorraad vergelijkingsmateriaal bij. Op Strava zijn dat vaak heel concrete cijfers. Niet alleen: zij loopt hard. Maar: zij liep vanochtend 12,3 kilometer in 5:34/km. Sportprestaties delen op Strava kan bijdragen aan motivatie en verbondenheid, maar óók aan sociale vergelijking, prestatiedruk en stress. Dat laatste kan vooral opspelen als het bij jezelf even minder gaat, bijvoorbeeld door een blessure.
Op Instagram zie je misschien niet iedere training, maar juist de prestaties die iemand besluit te delen: een nieuw PR, de finish van een marathon of een indrukwekkende trainingsweek. Zelf ben je misschien ook eerder geneigd zo'n hoogtepunt te delen dan die training die voor geen meter ging.
Je ziet alleen nooit het hele verhaal
En daar zit meteen een belangrijke beperking. Een training op Strava of een PR op Insta vertelt je maar een klein deel van het verhaal. Je weet niet hoe de week van die buurvrouw of vage bekende er precies uitziet, hoeveel jaar zij al traint en hoeveel tijd ze heeft om te sporten.
Onderzoek onder competitieve vrouwelijke hardlopers laat zien dat zij soms bewust kiezen hoe ze hun trainingen en prestaties op Strava presenteren en daarmee hoe andere lopers hen zien. Wat jij ziet, is dus niet noodzakelijk een compleet beeld van iemands hardloopleven.
Jezelf vergelijken met jezelf dan maar?
Naast de vergelijking met anderen kun je natuurlijk ook je eigen hardloopprestaties vergelijken. Daar zit voor mij juist een deel van het plezier in: kan ik sneller worden of langere afstanden lopen door meer of anders te trainen? Als dat lukt, voelt dat vooral als een overwinning op mezelf.
Maar ook jezelf vergelijken is niet altijd zo eerlijk als het klinkt. Een vergelijking met tien jaar geleden kan, maar misschien had je toen nog geen kinderen, sliep je beter, werkte je minder of had je simpelweg meer tijd om te trainen.
Vraag jezelf af: helpt deze vergelijking mij?
Jezelf nooit meer met anderen vergelijken lijkt behoorlijk kansloos. Wat wel helpt, is herkennen wanneer je het doet. Vergelijk ik hier eigenlijk wel twee vergelijkbare dingen? Weet ik wat voor training die ander doet? Inspireert deze persoon me of krijg ik vooral het gevoel dat mijn eigen prestaties niet goed genoeg zijn?
Dat snellere loopmaatje kan precies degene zijn die je nodig hebt om een volgende stap te zetten. Als de vergelijking je motiveert, is daar weinig mis mee.
Merk je dat je na een rondje op Insta of Strava vooral ontevreden bent over je eigen voortgang? Stel jezelf dan wat vaker de vraag: ‘Wat heb ik eigenlijk aan deze vergelijking?’. Misschien helpt het al om bepaalde meldingen uit te zetten of accounts waar je vooral een rotgevoel van krijgt minder vaak te bekijken of te ontvolgen.
